De PT-1950 zat in een koffertje. Een dik toetsenbord, een klein scherm, smalle gladde labels en aan de zijkant een USB-aansluiting. Zelfs het oude boekje en de cd zaten er nog bij. Met het toetsenbord kon je zonder computer een paar lettertypes, hoofdletters, kleine letters en een lijn kiezen. Voor werk op locatie is dat nog steeds handig.
Koert sloot hem aan om te zien wat LumenLabel ermee kon. De app herkende meteen een USB-apparaat, maar nog geen ondersteunde printer. Na drie of vier uur uitzoeken kwam er nog altijd niets uit en ook het mes deed niets. Het koffertje ging weer dicht.
Later probeerde hij het toch nog één keer. Toen werden de afsnijcode en de regels voor de kniplijnen duidelijk. Eerst kwam er een wit stuk, daarna de tekens, de tekst en opnieuw de tekens. En toen printte hij. Een paar uur later stonden eigen tekst, lettertypes en kleine dunne lijnen op de tape.
De proefstroken waren niet alleen technische testlijnen. Koert zette er ook hartjes, icoontjes en korte lieve teksten op. Tegelijk werd zichtbaar hoe groot het label was en welk deel de printer werkelijk bedrukte en afsneed. Dat past bij het uitgangspunt dat het canvas en de fysieke afdruk één op één moeten kloppen.
De PT-1950 is oud, maar voor smalle naam-, kabel- en organisatielabels nog steeds heel bruikbaar. Daarom heeft dit exacte model een eigen profiel in LumenLabel.